Geschiedenis

Prehistorie.

De oudste bewijzen van menselijke aanwezigheid dateren uit de Oude Steentijd, ca. 100.000 jaren v.Ch.
Men vond die o.a. terug op de Monte Conero en in de grotten bij Fabriano. Zichtbare sporen: Bij Arcevia vind je de Conelle, een beschermingskloof, dat 3000 v.CH. werd aangelegd.

De pre-Romeinse periode.

In Toscane woonden de Etrusken, in Umbria de Umbriers en waar nu de Marche ligt, leefden vanaf de 9de e.v.Ch.de Piceniërs, afstammelingen van de Sabijnen.
Waarom noemde men dit volk de Piceniërs?
Als er bij de Sabijnen overbevolking dreigde, moesten de jongeren die geboren waren in de lente, gezamenlijk hun stam verlaten en zich elders vestigen. Op hun zoektocht werden ze begeleid door hun heilige vogel de specht. In hun taal heette een specht Pico, waardoor ze zich voortaan Piceniërs noemden. Dit volk onderhield contacten met de Etrusken, de Umbriërs en de Grieken.
Vanaf de 4de e.v.Ch. overvielen Galliërs de Piceniërs die ten noorden van de Esino rivier woonden. Deze rivier werd de grens tussen gallisch en picenisch gebied. De meeste archeologische musea van de Marche bezitten voorwerpen van de Piceniërs.
In sommige huidige plaatsnamen vinden we iets van deze bevolking terug, zoals Ascoli Piceno, Cupramontana en Cupramarittima, waarbij Cupra een piceense godin was.

De Romeinen in de Marche.

In 299 v.Ch sloten de Romeinen een verbond met de Piceniërs om samen tegen de Galliërs te vechten. Ook de Grieken, die in 387v.Ch Ancona stichtten, zouden samen met hen de Galliërs bestrijden. De Romeinen verslaan de Galliërs bij Sentinum (Sassoferrato) en de Carthagers o.l.v Hasdrubal, de broer van Hannibal bij de rivier Metauro. Hiermee begint de Romanisatie van de Marche.
De Via Flaminia in het noorden en de Via Salaria in het zuiden zullen voortaan Rome met de Adriatische kust verbinden. De haven van Ancona krijgt onder keizer Trajanus een belangrijke militaire functie (2de eeuw n.Ch). In verschillende gebieden van de regio bouwen de Romeinen hun amfitheaters, tempels en hun thermen. De best bewaarde Romeinse site kan men in Urbisaglia bezoeken. Maar ook elders staan er nog resten van amfitheaters en andere Romeinse gebouwen. O.a. In Fano, Ancona en Ascoli Piceno. Zeldzame bronzen Romeinse ruiters staan uitgesteld in Pergola.

Na de Romeinse periode.

Door de komst van o.a de Goten en de Vandalen verdwenen de Romeinse nederzettingen. De bevolking vluchtte naar de omliggende heuvels waar ze veiliger woonden . De Marche zou na verschillende gevechten verdeeld worden in een Byzantisch en in een Longobardich deel. Weer vormde de rivier Esino een belangrijke grens , de Longobarden bevonden zich zuidelijk van de stroom. De pentapolissen, of vijfstedenbonden behoorden dan weer aan de Byzantiërs: Urbino, Jesi, Cagli, Fossombrone en Gubbio vormden de Pentapolis Annonaria. Zij zorgden voor de levensmiddelen. De Pentapolis Marittima bestond uit de steden: Rimini, Pesaro, Fano, Senigallia en Ancona. In de 8ste eeuw n. Ch maakten Pepijn de Korte en Karel de Grote een einde aan deze overheersingen. De regio werd door de laatste aan de paus geschonken, het begin van de Pauselijke Staten. Paus Leo III kroonde Karel de Grote tot keizer van het Heilig Roomse Rijk. Het hele gebied was ondertussen christelijk geworden, vele abdijen en kerken werden gebouwd zoals de San Claudio al Chienti, Santa Maria di Chienti, Eremo di Fonte Avellana, Abbazia di Fiastra en Abbazia di Val di Castro.

De Middeleeuwen.

De opeenvolgende Duitse keizers probeerden regelmatig hun territorium te vergroten. In de 12de en 13 de eeuw streden de pausen voortdurend tegen de Duitse keizers. De bewoonde centra moesten versterkt worden door grote muren. Zo ontstonden dan de middeleeuwse steden of Comune, waarvan sommige een zekere onafhankelijkheid kenden. Sommigen waren aanhangers van de paus, de Welfen, en anderen steunden de keizer de Ghibellijnen.
Bepaalde families kregen langzamerhand meer en meer macht in de steden, zoals de Montefeltro in Urbino, de Varano in Camerino..., het begin van de Signorie, één bepaalde familie aan de macht.
In de loop van de 16de Eeuw verwierf de paus de uiteindelijke macht over heel de regio (in Urbino weliswaar pas in 1631). Er brak nu een periode van economische en culturele stilstand voor de Marche, want alle investeringen gingen voortaan naar Rome.

De Franse tijd.

In 1797 vielen de Franse troepen de regio Marche binnen. Napoleon stichtte vervolgens republieken, waarbij de Marche tot de Romeinse Republiek gingen behoren. In 1808, nog steeds onder Franse heerschappij, maakten ze deel uit van het Italische Koninkrijk en werden onderverdeeld in 3 departementen: het departement van de Tronto, de Metauro en de Musone. Pas in 1818 kreeg de paus zijn gebieden terug.

De 19° eeuw of de Risorgimento.

Langzamerhand ontstond op heel het schiereiland een behoefte aan een onafhankelijke nieuwe staat. Ook de Marche werd door deze idee beïnvloed. Er kwamen dan ook overal schermutselingen en veldslagen, waarbij die van 1860 bij Castelfidardo de beslissende werd. Vanaf dan behoorde deze regio voortaan tot het Koninkrijk Italia met een onderverdeling in 4 arrondissementen of provincies.

Heden.

De beide wereldoorlogen lieten diepe littekens na, vooral in Ancona. Doch na de tweede wereldoorlog herstelde de regio Marche zich als één van de eerste Italiaanse regio's door een snelle economische ontwikkeling; talrijke kleine bedrijven ontstonden, sommigen zouden uitgroeien tot grote werkgevers voor de regio zoals Merloni en de Ariston fabrieken. Het Marchigiaans model was geboren.
Tegenwoordig bestaan nog steeds veel kleine familiebedrijven. Naast de witgoedindustrie, speelt de schoenen- en keukenmeubelindustrie ook nog een belangrijke rol. Doch tevens de kleine landbouwondernemingen blijven belangrijk als wijn- en olijfolieproducenten.